De Sik

De locomotor Sik 211 is sinds 2017 het pronkstuk van Museum GOLS. De Sik is overgenomen van Stichting De Locomotor en in de periode 2017–2024 geheel gereviseerd en optisch teruggebracht naar hoe het in de jaren 30 van de vorige eeuw was. Ook de kleuren zijn daarbij hersteld van de moderne geel-grijze NS-huisstijl van de jaren 70 naar het oorspronkelijke groen met zwart en rode bufferplaten.

Sik 211 op het museumterrein in Groenlo
De NS locserie 200

Van de locomotor serie 200 (vaak aangeduid als Sik) zijn tussen 1934 en 1951 in totaal 169 exemplaren gebouwd. Minder dan de helft van dit gebouwde aantal is bewaard gebleven. Onze Sik, met serienummer 211, is gebouwd in 1934 en komt uit de eerste serie van locomotoren (201–212) die door Werkspoor (Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel in Utrecht) is afgeleverd.

De Sik dankt zijn naam aan het bijzondere fluitgeluid dat klinkt als een mekkerende geit. De fluit werd namelijk door de uitlaatgassen in de schoorsteen aangedreven en het geluid was daarbij afhankelijk van het toerental van de motor. Bijzonder aan de locomotor serie 200 was dat er geen speciaal koelmiddel in de motor werd gebruikt maar dat de dieselbrandstof zelf als koelmiddel diende. Dit leverde een automatische ‘koelmiddel niveau laag – beveiliging’ op: geen koelmiddel is ook geen brandstof dus de motor stopt.

De aandrijving

De Sik 211 is een diesel-elektro; de twee elektrische tractiemotoren op de wielassen worden aangedreven door de Smit generator/dynamo die door een 3-cilinder Stork Ricardo dieselmotor aangedreven wordt. Oorspronkelijk had de Sik een 4-cilinder Stork-Ganz dieselmotor maar deze werd bij alle Sik locomotoren rond 1960 vervangen door nieuwe Stork-Ricardo dieselmotoren met 3 cilinders.

de dieselmotor

Dit soort locomotoren reed op de GOLS lijn en werd voornamelijk gebruikt voor het rangeren en verslepen van enkele goederenwagons over kortere afstanden. Voor dergelijke werkzaamheden was een stoomlocomotief namelijk te duur. De bediening was in vergelijking tot een stoomlocomotief erg eenvoudig. Ze konden door rangeerders gebruikt worden in plaats van de (duurdere) machinisten aangezien er ook geen specifieke machinistenopleiding voor nodig was. De Sik kan vanuit de afsluitbare cabine bediend worden, maar om beter zicht te hebben, kan de rangeerder aan de buitenkant staan en vanaf de beide treeplanken de locomotor aan de buitenzijde bedienen.

de voetrem
De remmen

De remmen zijn eenvoudig te bedienen. De locomotor heeft een handrem, valrem en voetrem. De voetrem, een traphendel, drukt de remblokken tegen de wielen en is van buitenaf te bedienen, net als de valrem. Deze laatste, een verticale hendel, helpt met zijn extra gewicht de locomotor te stoppen met precieze remkracht. De handrem werkt vanuit de cabine via een draaihendel. Alle remsystemen zijn volledig mechanisch. Zandstrooiers voor de wielen zorgen voor extra grip bij het wegrijden en remmen.

het reservoir van de zandstrooier

SIK 211

ModelSIK serie 200
FabrikantWerkspoor Amsterdam
Bouwjaar1934
Spoorwijdte1435 mm
Gewicht21 ton
Aslast10,5 ton
Lengte over buffers7220 mm
Radstand/wielbasis3200 mm
Maximum snelheid60 km/h
AandrijvingStork Ricardo R153 diesel viertaktmotor
Aantal cilinders3
Boring x slag150 x 225 mm
Vermogen63 kW (85 pk) bij 1000 omw/m
OverbrengingDieselelektrisch
GeneratorSmit G45/25 48 kW (230 V, 210 A)
Tractiemotoren2x Smit GT 322/7; 2x 28 kW (220 V, 150 A)
Elektrische installatie24 Volt
Inhoud brandstoftank100 Liter
de Sik 211 tijdens de restauratie